Dilemma

Borstvoeding geven is weer ongelofelijk ‘in’. In elke informatiebrochure die je momenteel als toekomstige of jonge mama ontvangt, staat er wel een artikel over de deugden van het geven van borstvoeding aan je baby. Er wordt ook wel wat uitleg gegeven over hoe je het moet aanpakken om flesvoeding te geven maar toch met veel minder superlatieven. Borstvoeding zorgt voor een goede band tussen kind en moeder. Door borstvoeding te geven krijgt je kind de allerbeste voeding en is zij/zij goed beschermd en heeft zij/zij minder kans op allergieën. En iedereen kan borstvoeding geven. Grote borsten, kleine borsten, blanke, zwarte, alle borsten zijn er perfect voor uitgerust!
Ik heb de keuze gemaakt om ook borstvoeding te geven. Momenteel bevalt me dat prima, maar de eerste weken heb ik toch op mijn tanden moeten bijten om het vol te houden. Dit wordt in de vele brochures ook wel aangehaald, dat het begin niet altijd makkelijk is. Maar er wordt veel minder aandacht aan besteed dan hoe goed het wel niet voor je kind is.
Pijnlijke borsten door het veelvuldig proberen aanleggen vlak na de geboorte, stuwing, een stekend gevoel door de toeschietreflex, tepenkloven, tepelhoedjes, afkolven omdat één borst aanzienlijk minder produceerde dan de andere en dus best wat extra gestimuleerd mocht worden, een gefrustreerde baby omdat er nog niet genoeg of niet snel genoeg melk kwam…alles heb ik meegemaakt. En dan heb ik nog niets verteld over hoe dit emotioneel op je weegt en welke vragen je je hierdoor als bezorgde mama allemaal stelt: drinkt de baby wel genoeg en gaat ze genoeg aankomen? Zou ze nog honger hebben of niet?
Nu 3 maanden verder gaat dat borstvoeding geven heel goed en kan ik er van genieten als Sophia dicht bij me van haar maaltijd geniet. Ook de stap van in het openbaar Sophia te voeden heb ik genomen en daar heb ik momenteel helemaal geen probleem meer mee. Borstvoeding geven is nu niet alleen fijn maar ook heel gemakkelijk. Je hebt de melk altijd en overal ter beschikking, ze is altijd op temperatuur en je moet geen flessen, poederdoosjes e.d. met je meesleuren. Het leven is mooi met een kind aan de borst!
Maar nu dringt zich stilaan de volgende vraag op: wat ga ik doen wanneer ik binnen een maand terug ga werken: nu langzaamaan overschakelen op poedermelk of afkolven en Sophia tot 6 maanden borstvoeding geven?
Ik heb 2 maanden op mijn tanden moeten bijten om het te laten lukken, nu gaat het even goed en nu moet ik al beginnen nadenken over hoe het vanaf juni moet. Het liefst zou ik verder gaan met borstvoeding, want het is toch zo goed voor je baby zeggen de stemmen in mijn hoofd. Maar waarom het me moeilijk maken – dat afkolven op het werk zal een heel geregel zijn – als het makkelijk kan door over te schakelen op poedermelk.
Ik wik en weeg en kom er maar niet uit. Om de dag neem ik een voorlopig besluit om dan weer te gaan twijfelen. Moeder zijn, het is me wat!

Update: de kogel is door de kerk. Na een gesprekje bij Kind & Gezin ga ik proberen kindje tot 6 maanden borstvoeding te geven…eens zien hoe dat loopt.

5 thoughts on “Dilemma

  1. Proberen! Als het niet lukt kan je dan nog overschakelen, hé! Omgekeerd gaat niet…

    Ik vond dat ook wel: tegen dat borstvoeding echt genieten werd, moest je al langzaam weer beginnen denken aan afbouwen. Als er een volgende keer komt blijf ik 6 maand thuis! 🙂

  2. Ik zou ook gewoon proberen. Lukt het niet of is het te vermoeiend dan kan je nog overschakelen. Zo heb ik nog ee tijd alleen ‘s morgens en ‘s avonds gegeven, zonder af te kolven omdat dat niet mogelijk was op mijn werk. En tot mijn grote verbazing heb ik dat nog best lang kunnen volhouden.
    Veel succes!

  3. Als Tristan 3 maanden oud was, ben ik terug beginnen werken. Ik heb tot zes maanden borstvoeding gegeven en dat lukte prima. Afkolven heb ik nooit gedaan. Tristan kreeg ‘s morgens, ‘s avonds en ‘s nachts borstvoeding. Overdag kreeg hij twee flesjes in de crèche. Dat lukte prima. We hadden wel de afspraak dat ze in de crèche niet meer dan 2 flesjes mochten geven, zodat ik hem onmiddellijk na het werk borstvoeding kon geven. Zo bleef ook mijn productie op peil. Zeker proberen, dus!

  4. Ik heb ook 3 maanden voltijds borstvoeding gegeven. Ik vond het overwegend heel leuk, maar er waren idd ook wel dipjes. Het steeds ter beschikking moeten zijn (ik heb nooit afgekolfd) vond ik af en toe echt zwaar.
    De eerste fles betekende bleiterij bij beide partijen; Anna wilde die speen niet en ik vond het moeilijk om haar “los te laten”.
    Enkele weken na die eerste fles kwamen we op 5 voedingen; 3 flesjes en 2 keer tetjesmelk en daar heb ik me tot nu toe heel goed bij gevoeld, ook als ik al opnieuw aan het werk was. Rond 6.45u en rond 18-19u kreeg ze nog de borst en ook als ze ‘s nachts wakker werd.
    Ik maakte gebruik van de borstvoedingspauzes op het werk telkens het eerste en het laatste half uur van de dag. Borstvoeding duurt veel langer dan flesvoeding en beginnen werken is sowieso behoorlijk lastig. Door dat uurtje per dag minder werken heb ik dit de eerste maanden mooi kunnen opvangen.

  5. Herkenbaar. Ik zat met hetzelfde ‘dilemma’ en heb uiteindelijk beslist om af te kolven op het werk. Ik zag er eerst enorm tegenop, maar na een week was het al routine. Het plan was tot zes maanden, maar nu we die kaap voorbij zijn, ga ik vrolijk verder.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *